Bunnies

Twee meisjes in het gras. Aan het water. We zien hun blote ruggen, hun haren in een vlecht en hun handen bevallig, en mooi gespiegeld als steunpunt op de oever. Ze zitten met hun voeten in het water, het is misschien een warme dag, al is het bepaald geen wolkenloze hemel, en ze kijken in de verte –waar overigens niets anders te zien is dan water, wolken en gras. Een heeft er in ieder geval gezwommen, want het puntje van haar vlecht druipt nog een beetje na op haar rug.

Door de houding is het meteen alsof ze poseren, maar voor wie of voor wat ? Eigenlijk is er niets vreemds aan, twee vriendinnen die samen even aan de rand van het water zitten en naar de overkant kijken. Op een detail na: want al wat hierboven beschreven is zien we pas als we van de verbazing zijn bekomen. Want waarom hebben die meisjes die rode en roze versiering op hun hoofd ? Het is een detail dat zich onontkoombaar aan de kijker opdringt en dat op de een of andere manier het beeld bepaalt: deze artikelen uit een feestwinkel, een soort konijnenoren voor een kinderfeestje of de uitrusting van meisjes die zich op feesten vertonen als afgezantes van het mannenblad Playboy, horen niet thuis in de natuurlijke omgeving van gras, water, zwemplezier. Ze laden de foto met een heel andere betekenis: Zijn het nu jonge meisjes die zich groter voordoen of zijn het volwassen vrouwen die zich als kinderen uitdossen. Is het een onschuldig plaatje van een kinderfeestje aan het water of prikkelen de vrouwen met hun houding, met hun kwetsbaarheid en hun playboy-achtige hoofddeksels ?

Zonder die konijnenoren zou deze foto een kiekje zijn van een middagje zwemmen, met deze oren wordt het een vraagteken dat ons confronteert met de manier waarop wij zelf naar beelden kijken. Met een ogenschijnlijk klein element, wordt de werkelijkheid van deze foto op zijn kop gezet. Annegien  van Doorn laat ons zien dat we vooral goed moeten kijken.

 

Tekst: Anthon Fasel

fotograaf: 
Annegien van Doorn