Plastic trees

Ergens op een weiland, een grasveld omringd door bomen en struiken staan drie houten palen. Hun functie is vooralsnog onduidelijk. Is het het begin van een klimtoestel ? Een hut, een afscheiding ? Zijn het bomen die afgezaagd en gestript zijn om voor de toeschouwer onbekende redenen? Maar dan zouden ze waarschijnlijk nooit zo dicht bij elkaar staan. Bovendien zijn de bomen omwikkeld met transparante plastic stroken, die met grote spanning van paal tot paal lopen en het lijkt of het plastic de palen bijeenhoudt. Of is het eerder zo dat de palen nodig zijn om het plastic te spannen ? Zonder het plastic zouden het drie palen zijn, nu is het door de doorzichtige stroken plastic - die toch de zon in vlekken tussen de palen laten dansen- een geheel geworden. Een hek bijna, een afscheiding, of een zelfstandig voorwerp. Een beeld, dat, hoewel bestaande uit hout, niets meer te maken heeft met de omgeving van bomen, gras en struiken. Zonder deze ‘constructie’ met hout en plastic, zou ons de natuurlijke omgeving niet opvallen. Door een kleine ingreep vast te leggen, worden we ons ineens bewust van hoe weinig er nodig is om van een ogenschijnlijk weinig bijzondere omgeving iets te maken met een betekenis. We zouden eraan voorbijgegaan zijn, maar nu is het opeens beeld dat spanning heeft en kracht weergeeft, en daarmee meteen een contrast vormt met de vrij groeiende en heen en weer waaiende omgeving. Soms heb je maar een kleine aanwijzing nodig om je iets bewust te worden. Soms ervaar je het, zonder dat je je het bewust bent. Dan stoort het je omdat er iets is dat je wel ziet en voelt, zonder dat je dat onder woorden kunt brengen. In dit beeld van Jaap Scheeren zit dat: Je vraagt je geïrriteerd af wat je nu eigenlijk ziet en waarom het je zo stoort. Totdat je het ineens ziet.  

 

 

 

Tekst: Anthon Fasel

 

fotograaf: 
Jaap Scheeren