Uitweg

De foto’s van Merlijn van der Wardt hebben vaak de openbare ruimte tot onderwerp. In eerdere reeksen heeft hij in foto’s verslag gedaan van stedebouwkundige oontwikkelingen. Delen van steden en dorpen die  we dagelijks voorbijlopen, maar die nu pas opvallen door foto’s die meer vertellen over de ruimte die er niet is, dan over wat we wel zien. Karakteristiek is ook het onbreken van mensen, die in deze ‘decors’ eigenlijk ook niets te zoeken hebben. In deze reeksen krijgen deze tamelijk feitelijke registraties van menselijk bouwen een beklemmende sfeer, juist omdat er geen enkele referentie is naar menselijk leven.
In de serie over de Lopikerwaard, waaraan Merlijn van der Wardt nu werkt,  komt de vervreemding niet zozeer door menselijke afwezigheid of door een beklemmende omgeving: het is juist de weidsheid van het duistere landschap, waarin de mens als het ware vertegenwoordigd is door de lichtbronnnen die hem enig houvast geven, dat je je opeens realiseert: dit zien wij bijna nooit meer, in onze overvolle en oververlichte wereld: een uitzicht op de ruimte, een grote donkere ruimte, waarin geen flats staan, waarin geen huizen zichtbaar zijn, waarin de hemel donker is zoals dat eigenlijk ook hoort. Slechts een spoor van lichtjes geeft ons een idee van de omvang van de leegte die er ineens is, in de Lopikerwaard, vlakbij Utrecht, in de volgebouwde randstad. De nietigheid van de mens wordt hier getoond door een klein lichtspoor door het duister. Een ijdele poging om een houvast te krijgen in het omringende donker. Een metafoor misschien wel voor de vergeefsheid van het menselijk streven.

 

Anthon Fasel

 

fotograaf: 
Merlijn van der Wardt