Which way the wind blows

Een jongen die op de bus wacht. De achtergrond: een weids uitlopend panorama van heuvelachtige velden. Een alledaags tafereel, dat overal aan te treffen is. Toch blijft je blik er aan haken, ook al kun je niet precies zeggen waarom. Is het omdat de jongen zo precies tussen de twee enige objecten -een bushalte en een brievenbus - is gaan zitten ? Is het omdat die hond daar bij de jongen staat? De hond kijkt naar de jongen, die niet lijkt te reageren. Opmerkelijk: twee levende wezens, die met elkaar op de foto staan en meteen volkomen langs elkaar lijken te leven. Maar het is vooral de houding van de jongen en zijn blik, die ons op dergelijke gedachten brengt. Hij kijkt recht voor zich uit.

Kijkt hij naar een bekende, een huis, trekt een ander dier zijn aandacht? Of toont hij eigenlijk helemaal nergens interesse voor: niet voor de omgeving, niet voor de fotograaf, zelfs niet voor de hond, vlak voor zijn voeten.

Dan zien we het ineens: de jongen is ergens toe veroordeeld, zó zit hij erbij. Hij zit en wacht tot hij weg mag. Zijn leven hier heeft hij nu al achter zich gelaten, er is niets meer dat hem bindt. In het dorpsleven dat Janneke Aronson portretteerde is dit voor een jongere de laatste stap: de bushalte naar maak-niet-uit-waar-naar-toe. Later zal hij wellllicht inzien wat hij mist en terugkeren, zoals zoveel voor hem. Maar nu ziet hij dat nog niet. Als hij hier maar weg is. En dat is mooi gevangen in dit beeld.

Hij zit bij de bushalte en wacht op verlossing.

 

Anthon Fasel

 

fotograaf: 
Janneke Aronson